Ook in het afgelopen jaar heeft het bijenproject rondom Hidi niet stilgestaan.

We schreven al eerder over verschillende soorten bijenkasten die er zijn. De lokale bevolking maakt gebruik van gevlochten kokers waar de bijen in gelokt worden. Als de honing geoogst wordt, moet het bijenvolk gedood worden. Hoewel mensen al eeuwenlang op deze manier bijen houden is het geen optimale methode. Beter zou het zijn als voor het oogsten van de honing het bijenvolk niet gedood hoeft te worden, zodat de bijen gelijk weer nieuwe honing kunnen gaan halen. In het westen zijn imkers al zo’n twee eeuwen bezig met het ontwikkelen van een moderne vorm van bijenhouderij die heeft geresulteerd in geavanceerde kasten. Veel ontwikkelingsprojecten gericht op bijenteelt proberen dit soort geavanceerde kasten te introduceren in de lokale Afrikaanse omstandigheden. Helaas gaat dit erg vaak mis, en wel om twee redenen. Allereerst mist de lokale bevolking de kennis en middelen om met deze moderne kasten om te gaan. De tweede, en minstens zo belangrijke reden is dat de honingbijrassen die wij in het westen hebben zich door de eeuwen heen hebben aangepast aan de veranderende imkerij, en daardoor een heel ander gedrag vertonen dan de Afrikaanse honingbijrassen. Vergelijk het met onze melkkoeien en de Ethiopische koeien: het zijn allebei koeien, maar ze stellen hele andere eisen aan hun omgeving. Om de lokale bijenteelt te verbeteren is het dus nodig dat er gezocht wordt naar bijenkasten die eenvoudig te hanteren zijn en aangepast zijn op de Ethiopische bijen.

In het verleden zijn er op Hidi al Top Bar Hives gemaakt, en in december 2018 heeft Maarten Frank Warré kasten gebouwd met uitneembare raten die aangepast zijn op de Ethiopische bijen.
Een belangrijk aspect van dat aanpassen is het vinden van de juiste raatafstand. De Ethiopische bijen bouwen hun raten veel dichter op elkaar dan de Nederlandse bijen. Als de afstand tussen de uitneembare raampjes te groot of te klein is bouwen de bijen de raten niet mooi in de raampjes en kun je de raampjes er ook niet meer uithalen. De grote vraag was dus of de raampjes in de Warré kast de goede afmetingen hadden en of de bijen de raten er mooi in zouden bouwen. Afgelopen december was het tijd om dat eens te gaan controleren. Wat bleek: de raatafstand was precies goed, en de bijen waren de raten keurig aan het uitbouwen binnen de raampjes. Dit is een belangrijke stap vooruit in het ontwikkelen van de lokale bijenteelt! Door de uitneembare raten, en de makkelijke uitbreidmogelijkheden lijkt de Warré kast een geschikte kandidaat voor de huisvesting van de Ethiopische honingbijen.

Maar we zijn er nog niet, er vallen op veel punten nog dingen te verbeteren en te onderzoeken. Bij het openmaken van de kast werd ook gelijk duidelijk wat hier de misschien wel grootste vijand van de honingbij is: mieren. Een compleet mierennest met duizenden poppen bevond zich onder het deksel. Daarnaast bleek ook nog eens dat er beneden in de hoek van de kast een muizenfamilie zijn intrek had genomen. Het is dus zaak om de kasten op een manier te plaatsen waarbij er geen indringers de kast binnen kunnen komen.

Omdat de temperaturen in Ethiopië jaarrond hoog zijn is het bijenvolk ook jaarrond actief. Dit vraagt ook om een hele andere benadering dan in Nederland, waar de bijen gedurende de hele winter in de kast verblijven. Het is dus nog even uitzoeken op welke momenten van het jaar de bijenvolken het best vermeerderd kunnen worden, en wanneer de honing het best geoogst kan worden.

Kortom: er is vooruitgang, maar er blijft zoals altijd ook genoeg te doen!

Laat een reactie achter